2016Consumenten

Nederlanders laten vermogen in de kast liggen

By 21 april 2016oktober 26th, 2020No Comments

Bijna iedere Nederlander heeft kleding in huis die vrijwel nooit wordt gedragen. Maar liefst een op de vijf kledingstukken ligt in de kast te verstoffen, zo blijkt uit onderzoek* van Ruigrok NetPanel in opdracht van Marktplaats. De meerderheid van de Nederlanders (72%) schat maximaal 60 kleding in de kast te hebben, waarvan dus veel ongebruikt op de plank blijft liggen. Slechts 14 procent van de mensen geeft aan in het afgelopen jaar kleding te hebben verkocht. Toch kan dit je al snel een leuk extraatje opleveren. Met 60 kledingstukken kan de inhoud van een kledingkast gemiddeld al zo’n 1300 euro opleveren, blijkt uit cijfers van Marktplaats. Daarmee hebben we meer vermogen in de kast liggen dan we denken, uit het onderzoek blijkt namelijk dat ongeveer de helft (44%) van alle Nederlanders denkt dat de verkoop niet meer oplevert dan 250 euro. Alleen al de verkoop van de 20 procent kleding die je niet meer draagt kan al zo’n 260 euro opbrengen.

Kleding die niet (meer) wordt gedragen bestaat vooral uit T-shirts (39%), broeken (33%), blouses/overhemden (33%) en truien/vesten (31%). Belangrijkste oorzaken zijn ‘omdat het niet meer in de smaak valt’ of ‘omdat het niet meer past’. Vrouwen ruimen hun kast vaker op dan mannen; een derde van de mannen (32%) ruimt de kledingkast nooit op, tegenover 14% van de vrouwen. Nederlanders die hun kledingkast wel opruimen doen dit gemiddeld twee keer per jaar.

Ruimte in de kast Slechts een klein deel (14%) van de ondervraagden zegt het afgelopen jaar kleding te hebben verkocht. Mannen deden dit minder vaak dan vrouwen (10% versus 17%).  “Een gemiste kans”, zegt Sanne Godron van Marktplaats. “Alleen al het verkopen van kleding die je toch niet meer draagt kan je al een aanzienlijke bijdrage leveren voor bijvoorbeeld een dagje uit of een nieuwe outfit. ” Een handig extraatje met de zomer in het vooruitzicht.

Andere dingen die Nederlanders doen met miskopen en achterblijvertjes: bijna de helft van de Nederlanders (43%) brengt hun ongebruikte kleding naar de textielbak of een inzamelpunt en 10% geeft kleding weg aan familie, vrienden of kennissen.

Top 5 ongebruikte kledingstukken vrouwen
1. T-shirts
2. Broeken
3. Jurken
4. Rokken
5. Blouses/overhemden

Top 5 ongebruikte kledingstukken mannen
1. T-shirts
2. Blouses/overhemden
3. Truien/vesten
4. Broeken
5. Pakken

Koopgedrag
Cijfers van Marktplaats laten zien dat vrouwen met gemiddeld vier keer zoveel zoekopdrachten, actiever zijn in het zoeken naar kleding dan mannen. Populair zijn vooral jurken, gevolgd door truien/vesten en winterjassen. Uit het onderzoek van Ruigrok NetPanel blijkt dat de meeste Nederlanders niet meer dan 100 euro per maand uitgeven aan kleding, slechts 15% geeft meer dan 100 euro per maand uit.

///

*Verantwoording onderzoek
Het kwantitatieve onderzoek is uitgevoerd door middel van een online vragenlijst. De doelgroep voor dit onderzoek bestaat uit ‘De Nederlander’ en is representatief voor de Nederlander van 18 jaar en ouder naar opleiding, leeftijd en geslacht*. Als steekproefkader is gebruik gemaakt het panel van Panelclix. In totaal hebben 1.055 mensen de vragenlijst helemaal ingevuld. Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van een steekproef, niet iedereen uit de populatie heeft zijn of haar mening gegeven. Als de uitkomsten van dit onderzoek worden gebruikt om over de populatie uitspraken te doen, dan moeten betrouwbaarheidsmarges in acht worden genomen. Bij een steekproefomvang van n=1.055 bedraagt de maximale marge bij 95% betrouwbaarheid 3,0%. In dit onderzoek is alleen gevraagd naar bovenkleding. Schoenen en onderkleding zijn niet meegenomen. Ongebruikte kleding is een kledingstuk dat al minimaal een halfjaar in de kast hangt en niet of slechts een of enkele keren gedragen is.

De genoemde bedragen zijn gebaseerd op gemiddelde vraagprijzen en het aanbod van het afgelopen jaar op Marktplaats.nl.

*De representativiteit is bereikt door quotering tijdens de dataverzameling. Als referentiebestand is gebruik gemaakt van de Gouden Standaard 2015, ontwikkeld door de MOA en het CBS.